In de ogen van de stroom toeristen op en rond het Centraal Station van Amsterdam zie je doorgaans een combinatie van lichte paniek en slaapgebrek. Dat gold niet voor de man die naar mij toekwam. Hij was de rust zelve. Daar had hij geen enkele reden toe: in Oxford Engels legde hij me uit dat zijn creditcard en bankpas waren gerold bij Madame Tussauds, dat hij internationaal advocaat was en dat hij naar het Babylon hotel in Den Haag moest.
De man leek me intelligent en oplossingsgericht, met een scherp analytisch vermogen. Een visionair die wist wat er op de complexe wereld te koop was.
Maar van het NS treinkaartjessysteem snapte hij niets. Hij toonde me een handvol euro’s. Tachtig eurocent kwam hij tekort voor een enkeltje Den Haag CS. Ik gaf hem een euro. Hij zei: ‘Thank you very much. If I can ever…’ Met een opgestoken hand onderbrak ik hem: ‘You are my guest.’
Hij keek plechtig omhoog. ‘I will recommend you to…’ Daar kwam zijn aarzeling. Bij Allah? Bij God? Bij het Heilige Spaghettimonster? Hij vervolgde: ‘Well, let us say to the Boss above.’
We lachten. We begrepen elkaar. Als mannen van dezelfde idiote en gecompliceerde wereld.

Recommended Posts
Showing 2 comments

Leave a Comment