Op vrijdag sprak ik haar. ‘Ik val om van de slaap. Heb nog van alles te doen. Stressen! Morgen ga ik drie weken naar Thailand.’ Wat volgde was een korte opsomming van haar vakantieprogramma. Te beginnen met een zigzag vliegreis langs diverse vliegvelden. Daarna snorkelen misschien, of duiken, een fietstocht door Bangkok, met een boot naar een of ander eiland voor een bezoek aan iets. Ik haakte af. Zij ging door. Ze had pillen tegen de muggen. En vaccinaties tegen de vreemde bacteriën. Alleen schoon flessenwater ging ze drinken. Hoe ziek was ze wel niet geweest in de ijle lucht op de Mount Everest.

Op zaterdag ging ik naar de motormarkt in Hardenberg. Van een programma was nauwelijks sprake. Ik parkeerde de motor voor manege Hoogenweg, kocht koffie in een kartonnen beker en genoot van geestverwanten met rammelende en schuddende motoren. Een zestiger schopte met een ferme kick zijn Norton Commando tot leven. Een jonge motorrijder stapte van een Laverda Jota (mocht die zo maar mee van zijn vader?) en stak een peuk op. Vier 80-er jaren Kreidlers werden keurig op een lijn gezet. Oranje en knalgroen waren toen de hippe kleuren. What’s new?
Verderop in de manege mengden de geuren van benzine en olie met die van paardenmest, hamburgers en gebakken uien. Met hun vette, handige handen in hun zakken sloften mensen, voornamelijk mannen, langs kramen met allerlei onderdelen. Er werd gelachen en overlegd in kleurrijke dialecten. ‘Disse sjakeleurs fitten wel an oewe stuur. Is det een big end uut de R-serie? Bin donders blie met det tenkie veur dat Honda crossertie van de wichter.’

Met een broodje kaas en een Radler plofte ik in het bankstel van de kantine. Een tientje, all inclusive, voor deze theatervoorstelling.
En ik zag niemand met stress.

Recent Posts

Leave a Comment