Ik schrijf de jaren zestig van de vorige eeuw. De Raalter Tulpenstraat ligt lang en recht, langs een breed grasveld, te wachten op de woonerf-hype. Aan parkeerplaatsen is nog geen behoefte. De enkele Simca of Austin past prima langs de stoeprand. Kinderrijke gezinnen bevolken de nieuwe wijk en vullen krappe lokalen in de St. Aloysiusschool. Een enkeling gaat protestants. Het is een tijd van warme eenvoud en geruststellende vanzelfsprekendheid. Maar ook van kille duidelijkheid en rechte lijnen. Het gemiddelde kind groeit echter zorgeloos op: er is geen verleden en er is nog lang geen toekomst.
De jongens voetballen. Altijd en overal. In de straat en op de schoolpleinen. Soms op het Rohda-veld, al is dat verboden terrein. Met een plastic Champion bal. Of, na iemands verjaardag, met een echte leren van sporthuis Schutte. Moeders zijn niet veilig achter hun enkelglas huiskamerramen. Scherven rinkelen regelmatig tussen de aardappelschillen. De jonge benen worden krachtiger. Eric schiet met afstand het hardst. Met links én rechts. Seconden lang caramboleren zijn schoten na, in het duistere fietsenhok van de ‘Prot. Christ.’. Een zwabberbal van Eric’s voet is een schrik voor ieder keepertje.
Een afzwaaier draait ver weg en klimt hoger en hoger. Van schrik springend en hun oren bedekkend kijken de kinderen de bal na. Dan overal glassplinters in het keurig opgemaakte tweepersoons bed op de eerste verdieping in de Rozenstraat. Alweer!

Vorige week overleed Tulpenstraat ras-voetballer Eric Lankreijer. Ten minste één generatie te vroeg.

Recent Posts
Comments
  • Henriette
    Beantwoorden

    Bedankt voor dit schrijven over Eric.

Leave a Comment