Angst is misschien wel de belangrijkste emotie in verkiezingstijd. Angst voor te weinig koopkracht. Voor een opwarmende aarde voor de kinderen. Voor files, voor een te laat pensioen, voor hoog water, voor droogte, voor een eenzame oude dag zonder zorg, voor moslims, voor christenen, voor iedereen, voor mezelf. En vooral angst voor de toekomst.

Het bankje stond middenin het overtollige water. Ik moest aan Matti Nykänen denken. De Finse schansspringer, een jeugdheld van mij, kende geen angst. Hij vloog en zweefde. In 1984 won hij goud op de Olympische schans van het toen nog Joegoslavische Sarajevo. In Galgary, vier jaar later, zelfs tweemaal. Daarna maakte Nykänen van zijn leven een puinhoop (ook dat sprak me zeer aan) vol geweld en alcoholgebruik en trakteerde Finland regelmatig op Cruyffiaanse uitspraken. Afgelopen februari stierf hij, 55 jaar oud. Te vroeg voor een goed pensioen.

Ik plonsde door het hoge water en nam plaats op het bankje. Gakkende ganzen waarschuwden elkaar. Een man in lieslaarzen kwam naast me zitten en zei: ‘Als we niks doen sta je over een tijdje tot je nek in het water. Ga je woensdag stemmen? Het is belangrijk voor de toekomst.’ Op zijn jas zat het logo van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De wind stak op. De golven klotsten tegen mijn kuiten. Ik zei: ‘Ik heb ijskoude voeten’ en had meteen spijt. Dat zou Matti nooit gezegd hebben. De man klopte op zijn waterdichte tuinbroek. ‘Je moet je ook voorbereiden. Op wat er komen gaat. Dat is belangrijk.’ Ik knikte. Toen werd ik even Matti en zei: ‘ Maar morgen is altijd in de toekomst.’

We staarden over de watervlakte. De zoveelste hoosbui kletterde op ons neer. De man bleef droog. En ik werd hoe langer hoe natter.

Recent Posts

Leave a Comment