Ik herinner me een grote natte kuil, omringd door bomen, toiletwagens en snack- en bierkramen. Het moet eind jaren zeventig geweest zijn: Hemelvaartsdag in Lochem. Misschien kwam ik voor Thin Lizzy of Bram Tchaikovsky. Er waren nog enkele ontdekkingen te doen in mijn puberbrein. Normaal trad op. Bennie Jolink, aan wie je toen al kon zien dat hij later een geëngageerde opa, vaste Omroep Max talkshowgast en SNS Bank uithangbord zou worden, leerde me dat het vertoeven te midden van méér dan tien soortgenoten mij in een toestand van paniek kan brengen.
De Achterhoekse middelmaat veroorzaakte een deinende massa van bier en borsten. Plotseling werd ik omringd door oerdriften, oergeuren, oermensen, oerinstincten en oergebrul. En dat alles oerend hard. Radeloos klom ik de kuil uit.
Afgelopen zaterdag nam Normaal afscheid in een uitverkocht Gelredome. Tegelijkertijd reed ik de intercity van Rotterdam naar Groningen. Terwijl de trein het eindstation binnenrolde besefte ik dat het feit dat je ergens níét bent je ontzettend gelukkig kan maken. Het voelde namelijk heerlijk om níét tussen de deinende massa bejaarden in Arnhem te staan.
Een treffende uitspraak van de ook enigszins mensenschuwe Drs P. schoot door mijn hoofd: ‘Alleen zijn is een vorm van behaaglijkheid.’

Recent Posts

Leave a Comment