Omdat een gratis hondentraining er voor mij niet inzit, ik woon namelijk niet in een achterstandswijk, nam ik Russel mee naar de dierenbegraafplaats. Russel is weliswaar geen vechthond maar erg braaf is hij doorgaans ook niet. ‘Luister makker’, zo sprak ik hem toe. ‘Kijk goed om je heen. Als je besluit om door te gaan met over het hek te springen, dwars door het weiland van de buurman achter hazen aan te rennen en te blaffen naar de sportvissers op de kanaaldijk dan is deze plek binnenkort je voorportaal naar de eeuwige jachtvelden.’ Ik gidste hem tussen de graven en grafjes door. Het kwartje viel bij de hond. Zijn oren gingen hangen en zijn staart zakte in de ideale ‘submissive’ houding. Dit was de attitude die ik van de hond verwachtte. Alert en volgzaam. Met een diep respect voor zijn baas.
We liepen het terrein af. In de verte hupte een haas door het kort gemaaide raaigras. De hond kreeg hem in de smiezen. ‘Denk erom Rus. Afspraak ik afspraak. Een spuitje is zo gegeven.’ Onder de zwarte vacht van zijn kop maalden zijn hersenen een paar seconden op volle toeren. Toen besloot hij achter me aan te lopen.
‘Goed zo, braverik.’
Uitermate tevreden met mijn aanpak als hondenfluisteraar deelden we een stroopwafel.

Recent Posts

Leave a Comment